ECLI:NL:CRVB:2010:BL4291
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.M. van de Kerkhof
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onjuiste medische grondslag
Appellante, werkzaam als parttime doktersassistente, kreeg na ziekte door schildklierklachten een WAO-uitkering toegekend. Na een herbeoordeling in 2005 trok het UWV de uitkering in wegens vermeende afname van arbeidsongeschiktheid onder 15%. Appellante maakte bezwaar, dat werd afgewezen. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende medische onderbouwing, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep stelde appellante dat haar belastbaarheid ten onrechte was overschat. De Raad liet een onafhankelijke deskundige, internist-endocrinoloog dr. Pieters, onderzoek doen. Deze concludeerde dat appellante ernstige beperkingen heeft door een ernstige hypothyreoïdie sinds 2005, waardoor de voorgehouden functies ongeschikt zijn.
De Raad volgde het oordeel van de deskundige en oordeelde dat het bestreden besluit berust op een onjuiste medische grondslag. De aangevallen uitspraak werd vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand waren gelaten. Het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, en wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens onjuiste medische grondslag en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.