ECLI:NL:CRVB:2010:BL4502
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellante, werkzaam als huishoudelijk assistente en later als kosteres, kreeg een WAO-uitkering toegekend wegens nek-, schouder- en moeheidsklachten. Na een herbeoordeling in 2006 door een verzekeringsarts en arbeidskundig onderzoek werd haar uitkering in 2007 herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid.
In de bezwaarprocedure werden aanvullende medische rapporten, waaronder een neuropsychologisch onderzoek, betrokken. Het Uwv handhaafde het besluit na correcties in de Functionele Mogelijkheden Lijst en een arbeidskundig rapport dat leidde tot een nieuwe functieduiding en verlies aan verdienvermogen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, waarbij zij de medische en arbeidskundige grondslagen onderschreef. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen te gering waren ingeschat en dat een urenbeperking noodzakelijk was.
De Raad oordeelde dat er geen aanleiding was om af te wijken van het oordeel van de rechtbank, ook niet op basis van nieuwe brieven van de neuropsycholoog. De arbeidskundige beoordeling van de functies werd eveneens bevestigd. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.