ECLI:NL:CRVB:2010:BL4576
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant ontving sinds 2002 een WAO-uitkering, laatstelijk vastgesteld op 25-35% arbeidsongeschiktheid. Na een heronderzoek in 2007 heeft het UWV de uitkering herzien naar 80-100% per 13 september 2006 en 25-35% per 1 maart 2007. Appellant maakte bezwaar tegen de herziening per 1 maart 2007, stellende dat zijn knieklachten ernstiger waren en hij niet geschikt was voor de functies waarop de beoordeling was gebaseerd.
De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellant ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) passend waren en dat de geselecteerde functies adequaat waren gemotiveerd.
In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe objectieve medische gegevens ingebracht die twijfel kunnen zaaien over de juistheid van de vastgestelde beperkingen. De Raad concludeert dat het bestreden besluit een deugdelijke medische grondslag heeft en dat de functies passend zijn. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de WAO-uitkering bevestigd.