ECLI:NL:CRVB:2010:BL4590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- M. Greebe
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Verjaring terugvordering onverschuldigde WAO-uitkering wegens inkomsten uit arbeid
Appellant ontving een WAO-uitkering over de periode 1997, terwijl hij in die tijd inkomsten uit arbeid had die tot verrekening leidden. Het UWV stelde in een besluit van 2 augustus 2006 een terugvordering van €16.899,97 vast wegens onverschuldigde betaling over 1997. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de vordering niet verjaard was omdat pas in 2003 duidelijk werd dat terugvordering aan de orde was.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat appellant op 6 januari 1998 een inlichtingenformulier indiende met een opgave van zijn inkomsten, waardoor het UWV toen voldoende duidelijk had kunnen zijn dat onverschuldigde uitkering was betaald. De verjaringstermijn van vijf jaar ging daarmee in op 7 januari 1998. Het besluit van 2 augustus 2006 viel buiten deze termijn, waardoor de vordering verjaard is.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank en herroept het terugvorderingsbesluit. De vordering tot immateriële schadevergoeding van appellant wordt afgewezen. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant, waaronder een vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De terugvordering van onverschuldigde WAO-uitkering over 1997 is verjaard en het terugvorderingsbesluit wordt herroepen.