ECLI:NL:CRVB:2010:BL4596

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
26 januari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-1366 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.F. Bandringa
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 60, eerste lid, WWB
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen aankondiging terugvordering bijstand

In deze zaak heeft het dagelijks bestuur van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân bij besluit van 25 januari 2008 de bijstand van appellant ingetrokken en aangekondigd dat een terugvorderingsbesluit zou volgen. Appellant maakte bezwaar tegen deze aankondiging, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de aankondiging zelf geen besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) vormt.

De rechtbank Leeuwarden verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de mededeling slechts een aankondiging was en geen besluit met rechtsgevolgen. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

De Raad bevestigt het oordeel van de rechtbank en verwijst naar vaste rechtspraak waarin is vastgesteld dat het terug te vorderen bedrag een essentieel onderdeel is van het terugvorderingsbesluit, maar dat een aankondiging daarvan niet als besluit kan worden aangemerkt. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de aankondiging van terugvordering is terecht niet-ontvankelijk verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

Uitspraak

09/1366 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 20 januari 2009, 08/1872 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het dagelijks bestuur van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân (hierna: dagelijks bestuur)
Datum uitspraak: 26 januari 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft I.T. Martens, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.
Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een overzicht van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hij volstaat hier met het volgende.
1.1. Bij besluit van 25 januari 2008 heeft het dagelijks bestuur de bijstand van appellant met ingang van 1 januari 2008 ingetrokken. In dit besluit is tevens aangegeven dat de aan appellant verstrekte bijstand over de periode van 26 september 2007 tot en met 31 december 2007 van hem zal worden teruggevorderd en dat hij daarover nader bericht ontvangt.
1.2. Tegen de aangekondigde terugvordering heeft appellant bezwaar gemaakt.
1.3. Bij besluit van 2 juli 2008 heeft het dagelijks bestuur het bezwaar tegen de aankondiging van de terugvordering niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de aankondiging niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
1.4. Appellant heeft tegen het besluit van 2 juli 2008 beroep ingesteld.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de bestreden mededeling is aan te merken als een aankondiging dat er te zijner tijd een terugvorderingsbesluit zal volgen, en niet als een beslissing die gericht is op een (publiekrechtelijk) rechtsgevolg.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De Raad kan zich verenigen met hetgeen de rechtbank heeft overwogen. Hij voegt daar nog het volgende aan toe. Volgens vaste rechtspraak, zie onder meer de uitspraak van de Raad van 24 november 2009, LJN BK4515, is gelet op artikel 60, eerste lid, van de WWB, het terug te vorderen bedrag een essentieel onderdeel van een besluit tot terugvordering. In het besluit van 25 januari 2008 wordt de bijstandsuitkering van appellant ingetrokken en aangekondigd dat een terugvorderingsbesluit zal volgen. Een terugvorderingsbedrag wordt in dat besluit niet vermeld. De mededeling in het besluit van 25 januari 2008 betreft dan ook een aankondiging van de terugvordering, dat wil zeggen een mededeling van informatieve aard die niet als een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb kan worden aangemerkt.
4.2. Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van M.C.T.M. Sonderegger als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 februari 2010.
(get.) J.F. Bandringa.
(get.) M.C.T.M. Sonderegger.
mm