Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2010:BL5722

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/4002 WAO + 09/4789 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H. Bolt
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 BeroepswetArt. 6:18 AwbArt. 6:19 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden inzake haar WAO-uitkering. Tijdens de procedure nam het UWV meerdere nieuwe besluiten op bezwaar, waarbij het laatste besluit van 17 december 2009 geheel tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante.

Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten, het griffierecht en de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Het UWV liet weten geen verweerschrift in te dienen en het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten.

De Raad oordeelde dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet het UWV bij afzonderlijke uitspraak kan worden veroordeeld tot vergoeding van schade en kosten indien het bestuursorgaan geheel tegemoetkomt aan de bezwaren. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de wettelijke rente en de proceskosten van €322,- voor beroepsmatige rechtsbijstand. Tevens wees de Raad erop dat het griffierecht op grond van de eerdere uitspraak reeds vergoed dient te worden en dat appellante zich voor vergoeding van het betaalde griffierecht tot het UWV kan wenden.

Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten van €322,- na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

09/4002 WAO + 09/4789 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Leeuwarden van 8 juni 2009, 08/1472 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 24 februari 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. I. Winia, werkzaam bij SRK Rechtsbijstand te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft het Uwv op 25 augustus 2009 een nader besluit op bezwaar genomen. Het nieuwe besluit is onder toepassing van de artikelen 6:18 en 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bij het hoger beroep betrokken en bij de Raad geregistreerd onder nummer 09/4789 WAO.
Bij besluit van 17 december 2009 heeft het Uwv wederom een nieuw besluit op bezwaar genomen.
Bij brief van 4 januari 2010 heeft mr. Winia namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de vergoeding van de proceskosten, het griffierecht en de wettelijke rente.
Het Uwv heeft bij brief van 22 januari 2010 de Raad bericht dat zij geen verweerschrift zullen indienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet zijn deze bepalingen van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het Uwv met het nieuwe besluit van 17 december 2009 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen in de vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, LJN ZB1495, gepubliceerd in JB 1995, 314.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met deze procedure redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
De proceskosten van beroepsmatig verleende rechtsbijstand alsmede het betaalde griffierecht in de procedure in beroep dienen reeds op grond van de aangevallen uitspraak te worden vergoed.
De Raad merkt verder op dat uit artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet volgt dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het in hoger beroep betaalde griffierecht tot het Uwv kan wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de wettelijke rente zoals in rubriek II van deze uitspraak is aangegeven;
Veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 322,-.
Deze uitspraak is gedaan door H. Bolt, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2010.
(get.) H. Bolt.
(get.) R.L. Rijnen.
TM