ECLI:NL:CRVB:2010:BL5758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenveroordeling na schorsing en hervatting AOW-uitkering
Appellante ontving vanaf september 2006 een AOW-pensioen. Na vertrek met onbekende bestemming werd de uitkering per juni 2007 geschorst. Appellante maakte bezwaar en verstrekte haar verblijfplaats, waarna de SVB de betaling per juni 2007 hervatte en een nabetaling toezegde.
De SVB verklaarde het bezwaar ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af. Appellante stelde beroep in, maar trok dit later in met het verzoek om proceskostenvergoeding, stellende dat de hervatting van de betaling een tegemoetkoming was.
De rechtbank wees het verzoek af omdat de SVB niet aan het beroep tegemoet was gekomen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en overweegt dat de opheffing van de schorsing geen terugkomen op het oorspronkelijke besluit inhoudt, zodat geen proceskostenveroordeling kan worden opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen proceskostenveroordeling wordt opgelegd omdat de hervatting van de AOW-uitkering geen tegemoetkoming vormt aan het bezwaar.