ECLI:NL:CRVB:2010:BL5994
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks geschil over medische beoordeling en FML-interpretatie
Appellant betwistte het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van een arbeidsongeschiktheid van 80-100% naar 45-55%, waarbij hij stelde dat de medische beoordeling onvoldoende zorgvuldig was en dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) zijn beperkingen niet juist weergaf.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond vanwege het ontbreken van een beperking in de FML voor lezen, relevant door appellant's dyslexie, maar oordeelde dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd passend waren. De Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel bevestigd en vond geen aanwijzingen dat de rapportage van verzekeringsarts Draper-van Ooijen de beoordeling onjuist beïnvloedde.
Verder werd erkend dat de omschrijving van het hanteren van lichte voorwerpen in de FML niet overeenkwam met de Gebruikershandleiding CBBS, maar dit leidde niet tot een andere conclusie over de geschiktheid van de functies. De Raad concludeerde dat de beperkingen die door Van Paridon waren vastgesteld, aansluiten bij de medische gegevens en bevestigde daarmee het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid.