ECLI:NL:CRVB:2010:BL6029
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht toeslag op grond van bijzonder geval volgens Toeslagenwet
Betrokkene vroeg op 3 april 2007 een toeslag aan op haar WAO-uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2002. Het Uwv kende haar toeslag toe vanaf 3 april 2006 en wees bezwaar tegen terugwerkende kracht verder dan één jaar af. De rechtbank gaf betrokkene gelijk en oordeelde dat er sprake was van een bijzonder geval waardoor de toeslag per 1 januari 2002 had moeten worden toegekend.
Het Uwv stelde hoger beroep in en voerde aan dat betrokkene in staat was geweest om eerder een toeslag aan te vragen, mede door hulp van familieleden. De Raad overwoog dat betrokkene zich niet vóór 26 maart 2007 tot het Uwv had gewend en dat haar stellingen over hulpbehoefte en beperkte geestelijke vermogens inconsistent waren.
De Raad concludeerde dat betrokkene wel degelijk mensen in haar omgeving had die haar konden helpen bij het aanvragen van de toeslag en dat zij met behulp van deze steunsystemen eerder een aanvraag had kunnen doen. Daarom was er geen sprake van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 11, zevende lid, van de Toeslagenwet.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de toeslag wordt niet met meer dan één jaar terugwerkende kracht toegekend.