ECLI:NL:CRVB:2010:BL6068
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO- en WAZ-uitkering ondanks rugklachten en psychische beperkingen
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering met ingang van 22 januari 2007 in te trekken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, en de herziening van zijn WAZ-uitkering naar 45-55% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank benoemde een psychiater als deskundige, die beperkte arbeidsgeschiktheid vaststelde, welke grotendeels was verwerkt in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
Appellant stelde dat zijn rugklachten onvoldoende werden meegewogen en dat het ontbreken van recent onderzoek onterecht was. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde echter dat er geen objectieve medische redenen waren voor zwaardere beperkingen, mede omdat eerdere specialistische onderzoeken geen oorzaak voor de rugklachten hadden gevonden en nieuw onderzoek niet waarschijnlijk nieuwe inzichten zou opleveren.
De Raad onderschreef de conclusies van de rechtbank en de verzekeringsartsen dat de psychische beperkingen niet waren onderschat en dat de FML als basis voor de arbeidskundige beoordeling kon dienen. Er was geen aanleiding om het besluit van het UWV te herzien, en de Raad wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO- en WAZ-uitkering en wijst het hoger beroep af.