ECLI:NL:CRVB:2010:BL6536
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante, voormalig productiemedewerkster, kreeg aanvankelijk een volledige WAO-uitkering toegekend wegens psychische klachten. Na herbeoordeling trok het UWV deze uitkering in per 1 februari 2006, omdat medisch en arbeidskundig onderzoek onvoldoende beperkingen vaststelden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige onderbouwing.
In hoger beroep voerde appellante aan dat een deskundigenonderzoek ontbrak en stelde zij dat zij leed aan whiplash. De Raad concludeerde dat de medische rapporten, waaronder die van verzekeringsartsen en een psychiater, geen aanwijzingen gaven voor een post-whiplashsyndroom of cognitieve stoornissen. Ook werd de arbeidskundige beoordeling bevestigd, waarbij de functie-eisen en het opleidingsniveau van appellante werden meegewogen.
De Raad oordeelde dat, zelfs als appellante niet voldeed aan de opleidingseis voor een bepaalde functie, er voldoende andere functies met voldoende arbeidsplaatsen beschikbaar waren zonder gevolgen voor haar arbeidsongeschiktheidspercentage. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante per 1 februari 2006 wordt bevestigd.