ECLI:NL:CRVB:2010:BL6671

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-6187 AW-VV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H.A.A.G. Vermeulen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 AwbArt. 17 Beroepswet
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening Landelijk Executieofficier Ontnemingen

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om met onmiddellijke ingang de functie van Landelijk Executieofficier Ontnemingen volledig te kunnen uitoefenen. De minister heeft verweer gevoerd en de zaak is zonder zitting behandeld.

Verzoeker heeft later aangegeven dat het spoedeisend belang is komen te vervallen omdat de hoofdzaak op 18 maart 2010 zal worden behandeld en er geen onomkeerbare acties voor die datum worden verwacht. Hierdoor is niet voldaan aan de wettelijke voorwaarde van onverwijlde spoed zoals vereist in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.

De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek kennelijk ongegrond is en wijst het af. Tevens worden geen proceskosten toegekend op grond van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter Vermeulen en griffier Hospel op 4 maart 2010.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.

Uitspraak

09/6187 AW-VV
Centrale Raad van Beroep
Voorzieningenrechter
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:84, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet op het verzoek om voorlopige voorziening van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats], (hierna: verzoeker),
in verband met de gedingen tussen:
verzoeker
en
de Minister van Justitie (hierna: de minister)
Datum uitspraak: 4 maart 2010
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de behandeling van dit verzoek op een zitting achterwege gebleven.
II. OVERWEGINGEN
1. Het verzoek strekt ertoe dat verzoeker met onmiddellijke ingang in staat wordt gesteld de functie van Landelijk Executieofficier Ontnemingen (weer) in volle omvang uit te oefenen.
2. Verzoeker heeft de griffier van de Raad bij brief van 24 februari 2010 desgevraagd meegedeeld dat het spoedeisend belang inmiddels is komen te ontvallen aan de door hem gevraagde voorlopige voorziening, dit nu de (met het onderhavige verzoek verband houdende) hoofdzaken op 18 maart 2010 ter zitting van de Raad zullen worden behandeld en er, naar de indruk van verzoeker, voor die tijd geen onomkeerbare acties zullen plaatsvinden.
3. Uit het vorenstaande dient te worden geconcludeerd dat niet voldaan is aan de in artikel 8:81 van Pro de Awb gestelde voorwaarde van onverwijlde spoed, zodat het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening kennelijk ongegrond is en moet worden afgewezen.
4. De voorzieningenrechter acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb inzake vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek om toepassing van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht af.
Deze uitspraak is gedaan door H.A.A.G. Vermeulen, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2010.
(get.) H.A.A.G. Vermeulen.
(get.) P.W.J. Hospel.
RW