ECLI:NL:CRVB:2010:BL6731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- R.C. Stam
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft meerdere verzoeken ingediend om een WAZ-uitkering toe te kennen, nadat het UWV in 1995 een afwijzend besluit had genomen dat in rechte onaantastbaar is geworden. In 2003 en daarna verzocht appellant herhaaldelijk om herziening van dit besluit, maar het UWV wees deze verzoeken af op grond van het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het laatste bestreden besluit van het UWV ongegrond, omdat de door appellant overgelegde medische stukken en verklaringen geen nieuwe feiten bevatten die ten tijde van het oorspronkelijke besluit niet bekend waren. Degeneratieve afwijkingen aan de wervelkolom werden gezien als onderdeel van het normale verouderingsproces zonder relatie met de beperkingen van appellant.
In hoger beroep voerde appellant aan dat sprake was van een juridische dwaling en verwees hij naar zijn financiële situatie, maar de Raad oordeelde dat deze omstandigheden niet relevant zijn voor de beoordeling van het verzoek. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op het eerdere besluit en dat het UWV daarbij niet in strijd met enige rechtsregel of algemeen rechtsbeginsel heeft gehandeld.
De Centrale Raad van Beroep achtte geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 Awb Pro en bevestigde de aangevallen uitspraak. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer op 5 maart 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot toekenning van een WAZ-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.