ECLI:NL:CRVB:2010:BL6732
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- G.J.H. Doornewaard
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks huidproblemen en zichtbeperkingen
Appellant stelde bezwaar tegen het besluit van het UWV tot herziening van zijn volledige WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%, met ingang van 1 augustus 2007. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschrijft deze uitspraak volledig.
De Raad overwoog dat de medische rapportages van de (bezwaar)verzekeringsartsen zorgvuldig waren en dat er geen aanwijzingen waren die de juistheid van deze rapportages of de vastgelegde beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) in twijfel konden trekken. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij de functies waarop de schatting was gebaseerd, niet kon vervullen.
Appellant voerde aan dat zijn huidproblemen en zichtbeperkingen hem belemmerden bij het verrichten van arbeid, met name in functies als wikkelaar. De Raad stelde vast dat de huidproblemen beperkt waren tot een droge, schilferige huid zonder medische onderbouwing van arbeidsbeperkingen. Daarnaast wees de Raad erop dat binnen dezelfde Sbc-code een alternatieve functie bestucker beschikbaar is, waarvoor geen scherp zicht vereist is en die voldoende arbeidsplaatsen kent.
De Raad concludeerde dat de beroepsgronden van appellant niet slaagden en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd ondanks de aangevoerde huid- en zichtproblemen.