ECLI:NL:CRVB:2010:BL7250
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen verlaging bijstandsuitkering
Verzoeker ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam verlaagde de uitkering in juni 2009 met €400 vanwege onvoldoende medewerking aan een voorziening en herhaald tekortschieten in de naleving van bijstandsverplichtingen. Het bezwaar van verzoeker tegen deze verlaging werd ongegrond verklaard door de voorzieningenrechter.
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om de uitbetaling van het verlaagde bedrag te bewerkstelligen. De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen sprake was van een spoedeisend belang, omdat de verlaging betrekking had op een afgesloten periode in het verleden en verzoeker geen bewijs van schulden of bedreigende financiële situatie had aangeleverd.
Daarnaast werd vastgesteld dat een latere verlaging van de uitkering na augustus 2009 geen onderdeel was van het hoger beroep en daarom buiten beschouwing bleef. De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoeker de bodemprocedure kon afwachten en wees het verzoek om voorlopige voorziening af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de verlaging van de bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.