ECLI:NL:CRVB:2010:BL7358

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-6102 WAO + 07-4510 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot veroordeling UWV in proceskosten na intrekking hoger beroep

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Alkmaar. Het UWV nam op 13 augustus 2009 een nieuwe beslissing op bezwaar waarbij zij geheel tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante. Vervolgens trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.

Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan een bestuursorgaan bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming in de kosten worden veroordeeld, maar alleen indien er proceshandelingen zijn verricht die voor vergoeding in aanmerking komen.

De Raad oordeelde dat in deze procedure geen proceshandelingen hebben plaatsgevonden die vergoeding rechtvaardigen. Tevens wees de Raad erop dat appellante zich voor vergoeding van het betaalde griffierecht rechtstreeks tot het UWV kan wenden. Het verzoek tot veroordeling in de proceskosten werd daarom afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot veroordeling van het UWV in de proceskosten wordt afgewezen.

Uitspraak

05/6102 WAO en 07/4510 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 3 oktober 2005, 05/620 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 12 maart 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 13 augustus 2009 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 12 oktober 2009 heeft mr. drs. M.P.J. Appelman, advocaat te Purmerend, namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft bij brief van 30 december 2009 aangegeven geen gebruik te maken van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken aangezien het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 13 augustus 2009 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoet gekomen.
Het Uwv heeft niet betwist dat aldus aan appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet geen reden om tot een veroordeling in de proceskosten te komen, reeds omdat van proceshandelingen in deze procedure die voor vergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht in aanmerking, niet gesproken kan worden.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht in beroep en in hoger beroep kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Wijst het verzoek tot veroordeling van het Uwv in de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van C. Tersteeg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2010.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) C. Tersteeg.
GdJ