ECLI:NL:CRVB:2010:BL7938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewet-uitkering wegens herstel arbeidsongeschiktheid zonder schending hoorplicht
Appellant, een zelfstandig musicus, ontving een Ziektewet-uitkering omdat hij ongeschikt werd geacht voor arbeid. Het UWV besloot op 8 augustus 2007 de uitkering te beëindigen per 9 augustus 2007, omdat appellant niet langer arbeidsongeschikt was. Appellant maakte bezwaar en werd uitgenodigd voor een hoorzitting op 18 oktober 2007. Ondanks een faxbericht waarin werd gemeld dat appellant fysiek niet kon verschijnen, was appellant wel aanwezig bij de hoorzitting. De bezwaarverzekeringsarts voerde een onderzoek uit en bracht een rapport uit.
Het bezwaar werd bij besluit van 30 januari 2008 ongegrond verklaard. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep stelde appellant alleen dat de hoorplicht door het UWV was geschonden. De Raad concludeerde dat appellant zelf het bezwaar had ingediend en dat hij in de gelegenheid was gesteld te worden gehoord conform artikel 7:2 Awb Pro. Omdat appellant niet had aangegeven dat zijn advocaat als gemachtigde zou optreden tijdens de hoorzitting, was er geen schending van de hoorplicht.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter Ch. van Voorst op 17 maart 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de Ziektewet-uitkering en oordeelt dat het UWV de hoorplicht niet heeft geschonden.