ECLI:NL:CRVB:2010:BL8103
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering wegens afgenomen arbeidsongeschiktheid ondanks medische bezwaren
Appellante ging in hoger beroep tegen de verlaging van haar WAO-uitkering door het UWV, omdat zij meent volledig arbeidsongeschikt te zijn door vermoeidheidsklachten en andere beperkingen. De rechtbank had het beroep deels gegrond verklaard vanwege onvoldoende toelichting over de geschiktheid van functies, maar liet de verlaging van de uitkering in stand.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische beperkingen van appellante, waaronder sarcoïdose, weliswaar aanwezig zijn, maar dat deze ziekte al lange tijd inactief is. De door appellante overgelegde neurologische verklaring en de daarop volgende kritiek op de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) werden door de bezwaarverzekeringsarts overtuigend weerlegd.
De Raad vond geen aanleiding om de FML onjuist te achten en stelde vast dat de geschiktheid van de functies voldoende was toegelicht. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de verlaging van de WAO-uitkering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De verlaging van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd ondanks medische bezwaren.