[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 20 mei 2009, 08/1105 (hierna: aangevallen uitspraak),
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 19 maart 2010
Namens appellant stelde mr. L.J. van der Veen, advocaat te Groningen, hoger beroep in.
Het onderzoek ter zitting vond plaats op 7 januari 2010. Namens appellant was verschenen mr. Van der Veen. Het Uwv liet zich vertegenwoordigen door mr. P. Belopavlovic.
Tijdens de behandeling van het geding ter zitting besloot de Raad het onderzoek ter zitting te schorsen teneinde appellant in de gelegenheid te stellen informatie van de behandelend psychiater over te leggen.
Bij brief van 25 januari 2010 heeft appellant een brief van de behandelend psychiater ingebracht. Hierop is door de bezwaarverzekeringsarts gereageerd.
Op 5 februari 2010 behandelde de Raad het geding opnieuw ter zitting. Namens verscheen wederom mr. Van der Veen. Het Uwv liet zich vertegenwoordigen door W.R. Bos.
1. Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van 21 oktober 2008 ter uitvoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Daarbij handhaaft het Uwv zijn besluit van 3 juli 2008. Hierbij deelde het Uwv appellant mee dat hij per 10 juli 2008 geen recht heeft op een WIA-uitkering.
2. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. Zij verwierp de beroepsgrond dat de medische beperkingen van appellant zijn onderschat.
3. Appellant herhaalt in hoger beroep dat zijn medische beperkingen zijn onderschat.
4.1. De Raad overweegt als volgt.
4.2. Tussen partijen is niet in geschil dat appellant zijn werk als magazijnmedewerker op uitzendbasis niet meer kan verrichten vanwege de beperkingen door een aanpassingsstoornis met depressieve kenmerken, mogelijk PDD-NOS en lichte knieklachten.
4.3. De (bezwaar)verzekeringsarts onderschrijft dat appellant medische beperkingen ondervindt. Deze beperkingen zijn vastgelegd in een zogenoemde Functionele Mogelijkhedenlijst. De verzekeringsarts beschikte over informatie van de appellant behandelende psycholoog en psychiater. Het oordeel van de verzekeringsarts is gemotiveerd in de rapportages van 4 april, 13 juni en 21 augustus 2008. Met dit oordeel heeft de bezwaarverzekeringsarts zich verenigd.
4.4. Met de rechtbank ziet de Raad onvoldoende reden om te twijfelen aan de juistheid van het verzekeringsgeneeskundige oordeel. De door appellant in beroep en hoger beroep overgelegde informatie van de sociaal psychiatrische verpleegkundige respectievelijk psychiater bevestigt de informatie waarop de (bezwaar)verzekeringsarts zijn oordeel baseerde.
4.5. De medische geschiktheid van de aan de schatting ten grondslag gelegde functies, te weten inpakker (Sbc-code 111190), wikkelaar (Sbc-code 267050) en productiemedewerker papier (Sbc-code 111174), heeft de (bezwaar)arbeidsdeskundige voldoende toegelicht.
5. Het hoger beroep slaagt daarom niet. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
6. De Raad ziet geen reden voor een proceskostenveroordeling.
De Centrale Raad van Beroep,
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2010.
(get.) T.J. van der Torn.