ECLI:NL:CRVB:2010:BL8528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schadevergoeding wegens onrechtmatig onthouden FPU-arrangement en overschrijding redelijke termijn
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek om vergoeding van schade voortvloeiend uit het onrechtmatig onthouden van een FPU-arrangement door de minister. De Raad stelt vast dat het bedrag van € 3.578,66 ter vergoeding van ingehouden FPU-premies correct is vastgesteld en dat vergoeding van het werkgeversdeel niet in behandeling kan worden genomen wegens strijd met de goede procesorde.
De Raad oordeelt dat de gemiste uitkeringen niet als financiële schade kunnen worden aangemerkt, omdat appellant in de betreffende periode geen hoger inkomen had kunnen bereiken dan zijn volle bezoldiging. Ook het feit dat de minister langer van zijn arbeidsprestaties heeft kunnen profiteren, leidt niet tot een schadepost. Vergoeding van immateriële schade wordt afgewezen omdat geen sprake is van geestelijk leed en het schikkingsaanbod geen erkenning van schade inhoudt.
De Raad bevestigt dat sprake is van overschrijding van de redelijke termijn, welke volledig voor rekening van het bestuur komt. Daarom kent de Raad een schadevergoeding toe van € 1.000,- wegens deze overschrijding. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Raad wijst de meeste schadeposten af maar kent een vergoeding van € 1.000,- toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.