ECLI:NL:CRVB:2010:BL8625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit huishoudelijke verzorging wegens onjuiste feitelijke grondslag
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Heerlen om haar in aanmerking te brengen voor huishoudelijke verzorging klasse 2 voor zwaar huishoudelijk werk. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het medisch advies stelde dat de echtgenoot van appellante, ondanks beperkingen, gebruikelijke zorg kon verlenen en geen melding maakte van huisstofmijtallergie.
In hoger beroep overlegt appellante een verklaring van een longarts waarin wordt bevestigd dat haar echtgenoot sinds 1990 bekend is met atopisch astma bronchiale en huisstofmijtatopie. Het College erkent dat dit, bij toepassing van het beleid, leidt tot toekenning van huishoudelijke verzorging klasse 3.
De Raad stelt vast dat het besluit van 16 februari 2009 berust op een onjuiste feitelijke grondslag en vernietigt dit besluit en de uitspraak van de rechtbank. De Raad voorziet zelf in de zaak en bepaalt dat appellante recht heeft op huishoudelijke verzorging klasse 3 voor de aangegeven periode, behoudens het overige besluit van 28 augustus 2008. De Raad wijst proceskostenvergoeding af omdat het bewijs in hoger beroep is overgelegd terwijl dit eerder had kunnen gebeuren.
Uitkomst: Het besluit van 16 februari 2009 wordt vernietigd en appellante krijgt huishoudelijke verzorging klasse 3 toegewezen.