ECLI:NL:CRVB:2010:BL8868
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering volledige AOW-toekenning wegens onvoldoende bewijs ingezetenschap
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende haar een pensioen toe van 74%, later bij bezwaar verhoogd naar 76%, omdat zij niet verzekerd werd geacht over de perioden 4 juli 1965 tot 31 juli 1972 en 1 januari 2000 tot 26 mei 2005.
Appellante stelde dat zij gedurende deze tijdvakken wel in Nederland woonde, maar niet was ingeschreven in het bevolkingsregister vanwege privacyredenen en tijdelijke verblijven in het buitenland. Zij overlegde diverse documenten ter ondersteuning, waaronder correspondentie met de belastingdienst en een brief van het UWV.
De Raad overwoog dat ingevolge de AOW alleen ingezetenen verzekerd zijn, waarbij ingezetenschap betekent dat het centrum van het maatschappelijk leven in Nederland ligt. Appellante was niet ingeschreven in het bevolkingsregister en kon onvoldoende aannemelijk maken dat zij gedurende de betwiste perioden in Nederland woonde. De Raad concludeerde dat de Svb terecht de niet-verzekerde perioden heeft vastgesteld en het pensioen correct heeft bepaald. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de pensioenvaststelling op 76% bevestigd.