ECLI:NL:CRVB:2010:BL8992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correctie- en boetenota’s wegens privaatrechtelijke dienstbetrekking en gezagsverhouding
Appellant exploiteert samen met zijn broer een onderneming in natuursteenplaatsing. Het UWV legde correctie- en boetenota’s op wegens niet-verantwoorde betalingen aan betrokkenen, die volgens het UWV in een privaatrechtelijke dienstbetrekking stonden tot appellant. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt dat geen gezagsverhouding bestond en dat betrokkenen zelfstandig waren.
De Raad stelt vast dat het UWV terecht uitgaat van een privaatrechtelijke dienstbetrekking, waarbij de Belastingdienstonderzoeken en verklaringen van derden een duidelijke gezagsverhouding aantonen. Appellant vervulde samen met zijn broer een sturende rol die als werkgeversgezag kan worden aangemerkt. Ook het door appellant bestreden uurloon van €16,-- is door het UWV op juiste gronden overgenomen van de Belastingdienst.
De Raad concludeert dat appellant premies verschuldigd is over de jaren 2002-2004 en wijst het hoger beroep af. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.