ECLI:NL:CRVB:2010:BL9032
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Onterecht niet-ontvankelijk verklaard bezwaar tegen besluit Uwv
In deze zaak heeft de Centrale Raad van Beroep op 11 maart 2010 uitspraak gedaan in hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht. De rechtbank had het beroep van appellant tegen een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) ongegrond verklaard. Appellant had bezwaar gemaakt tegen het verstrekken van een polis voor de werknemersverzekeringen en de eventuele opgelegde aanslagen over de jaren 2004, 2005 en 2006. Het Uwv had het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaar na afloop van de bezwaartermijn was ingediend. Appellant was het niet eens met deze beslissing en heeft hoger beroep ingesteld.
De Raad heeft vastgesteld dat de primaire besluiten niet op de voorgeschreven wijze aan appellant bekend zijn gemaakt. De besluiten waren verzonden naar een bedrijfsverzamelgebouw waar appellant niet meer gevestigd was, en de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift was daardoor niet aangevangen. De Raad oordeelde dat het Uwv ten onrechte het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk had verklaard. De aangevallen uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van het Uwv werden vernietigd. Het Uwv werd opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen, rekening houdend met de overwegingen van de Raad.
Daarnaast heeft de Raad het Uwv veroordeeld in de proceskosten van appellant, die in totaal € 1.449,-- bedragen, en het Uwv moet het door appellant betaalde griffierecht van € 149,-- vergoeden. Deze uitspraak benadrukt het belang van correcte bekendmaking van besluiten en de gevolgen van een onjuiste procedure voor de rechtspositie van betrokkenen.