ECLI:NL:CRVB:2010:BL9285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na medische en arbeidsdeskundige beoordeling
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van het Uwv om geen recht op een WIA-uitkering toe te kennen vanaf 2 januari 2006. De rechtbank had eerder het beroep gegrond verklaard vanwege een gebrek in het verzekeringsgeneeskundig onderzoek, maar de Raad vernietigde deze uitspraak en verwees de zaak terug. In de aangevallen uitspraak verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de medische beoordeling tekortschiet, met name omdat hij niet door een verzekeringsarts was onderzocht. Het Uwv stelde dat het bezwaaronderzoek dit gebrek had hersteld. De Raad stelde vast dat appellant dit bezwaar introk na het onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts.
De Raad oordeelde dat de door appellant aangevoerde medische rapportages geen onderbouwing boden voor een urenbeperking naast de beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De arbeidsdeskundige rapportages en het Uwv bevestigden dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. De Raad bevestigde daarom de aangevallen uitspraak en veroordeelde het Uwv tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en veroordeelt het Uwv tot vergoeding van proceskosten.