ECLI:NL:CRVB:2010:BL9381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering heropening WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante, sinds 1999 arbeidsongeschikt door psychische klachten, kreeg in 2000 een WAO-uitkering toegekend. Deze werd in 2004 ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. In 2006 verzocht zij om herbeoordeling wegens vermeende toename van haar klachten. Het UWV weigerde de heropening in 2007 na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanwijzingen waren voor toegenomen beperkingen. In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren over de zorgvuldigheid van het onderzoek en stelde dat haar klachten sinds november 2005 waren toegenomen, onderbouwd met medische informatie.
De Raad overwoog dat het onderzoek zorgvuldig was, ook al was het medisch journaal van de huisarts niet afgewacht vanwege verstreken reactietermijn en latere aanlevering. De bezwaarverzekeringsarts had de medische informatie alsnog meegewogen zonder dat dit tot een ander oordeel leidde. Er waren geen nieuwe medische aspecten die een ander oordeel rechtvaardigden. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering tot heropening van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.