ECLI:NL:CRVB:2010:BL9503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante was tot december 2000 werkzaam als inpakster en kreeg een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na herbeoordelingen bleef deze ongewijzigd tot het UWV in 2006 besloot de uitkering per april 2007 in te trekken wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige beoordelingen zorgvuldig en juist waren uitgevoerd.
Appellante voerde aan dat haar klachten ernstiger waren dan vastgesteld, met name reumatische klachten en psychische problemen, en dat zij de voorgestelde functies niet kon verrichten vanwege verhoogd persoonlijk risico. Zij overlegde medische verklaringen ter onderbouwing. Het UWV reageerde met aanvullende rapportages waarin werd gesteld dat de klachten voldoende waren meegenomen en de functies passend waren.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en concludeerde dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) de arbeidsmogelijkheden van appellante niet onjuist weergeeft en dat de intrekking van de uitkering terecht is. De Raad wees appellante erop dat zij bij een vermeende achteruitgang na de datum in geding een herbeoordeling kan aanvragen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.