ECLI:NL:CRVB:2010:BL9567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens oncontroleerbare inkomsten en terugvordering
Appellante ontving bijstand sinds 1996 en viel in 2006 onder een fraude risicoprofiel, waarna huisbezoeken en nader onderzoek plaatsvonden. Uit het onderzoek bleek dat zij oncontroleerbare inkomsten had uit de verkoop van kleding, wat zij niet voldoende had opgegeven. Het College trok daarom de bijstand met ingang van 23 november 2006 in en vorderde de kosten van bijstand terug.
Appellante voerde onder meer aan dat het huisbezoek onrechtmatig was en dat zij de kleding niet verkocht had, maar deze had weggegooid. De Raad oordeelde dat het huisbezoek niet onrechtmatig was voor het gebruik van de onderzoeksresultaten en dat appellante onvoldoende bewijs leverde om haar standpunt te ondersteunen.
Verder werd het bezwaar tegen de ingangsdatum van de bijstand en de arbeidsverplichtingen afgewezen, omdat appellante zich pas op 30 januari 2007 had gemeld bij het CWI en de arbeidsverplichtingen uit de wet voortvloeien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de verzoeken tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand, de terugvordering en de arbeidsverplichtingen worden bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.