Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2010:BL9722

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 maart 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-4220 AW en 09-979 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K. Zeilemaker
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij intrekking ontslagbesluit

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter die het ontslagbesluit vernietigde en het college opdroeg een nieuw besluit te nemen. Het college nam vervolgens een nieuw besluit waarin het ontslagbesluit werd ingetrokken en het dienstverband van appellant met terugwerkende kracht werd hersteld.

Appellant verzocht in hoger beroep om een correctie van de uitspraak, waarbij ook het primaire ontslagbesluit alsnog gegrond zou worden verklaard en het college veroordeeld zou worden in proceskosten wegens vermeende trage besluitvorming.

De Raad constateerde dat appellant geen procesbelang had bij deze aanvulling, aangezien het ontslagbesluit reeds was ingetrokken. Ook was er geen sprake van trage besluitvorming omdat het college binnen zes weken een nieuw besluit nam. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

08/4220 AW en 09/979 AW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank ’s-Gravenhage van 9 juni 2008, 08/2672 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Alphen aan de Rijn (hierna: college)
Datum uitspraak: 18 maart 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft bij brief van 17 juli 2008 hoger beroep ingesteld.
Met dagtekening 22 juli 2008 heeft het college een nieuw besluit genomen ter uitvoering van de aangevallen uitspraak.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is behandeld ter zitting van 25 februari 2010. Appellant is niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A. Visser, werkzaam bij de gemeente Alphen aan de Rijn.
II. OVERWEGINGEN
1. Bij de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, het college opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen en bepalingen gegeven inzake proceskosten en griffierecht.
2. In hoger beroep verzoekt appellant een correctie van de aangevallen uitspraak inhoudend, dat alsnog ook gegrond wordt verklaard het beroep tegen het aan het bestreden besluit ten grondslag liggende (primaire) ontslagbesluit. Voorts wordt verzocht het college te veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep, omdat het college traag is geweest bij het nemen van een nieuw besluit ter uitvoering van de aangevallen uitspraak en voornemens was om zes maanden de tijd te nemen om de werkhervatting van appellant te bezien.
3.1. De Raad stelt in de eerste plaats vast, dat het hoger beroep er uitdrukkelijk niet op gericht is, dat de Raad alsnog het primaire ontslagbesluit zou herroepen, aangezien - zoals appellant aangeeft - het college dat besluit inmiddels heeft ingetrokken.
3.2. Aan de Raad is niet gebleken, dat appellant bij de door hem verzochte aanvulling van de aangevallen uitspraak enig (proces)belang heeft; daarbij kan en zal de Raad in het midden laten of het wettelijk systeem voorziet in een uitspraak als door appellant verzocht. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
3.3. Het nieuwe besluit van 22 juli 2008 voorziet in de intrekking van het ontslagbesluit en herstel van appellants dienstverband met terugwerkende kracht en komt daarmee geheel tegemoet aan het bezwaar van appellant. Daarom behoeft dat besluit geen verdere bespreking.
4. Met betrekking tot het verzoek om veroordeling van het college in de proceskosten van het hoger beroep wijst de Raad erop, dat het college zes weken na de verzending van de aangevallen uitspraak een nieuw besluit heeft genomen. Van trage besluitvorming is dus geen sprake. Ook overigens ziet de Raad geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht inzake proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker, in tegenwoordigheid van M. Lammerse als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op18 maart 2010.
(get.) K. Zeilemaker.
(get.) M. Lammerse.
HD