ECLI:NL:CRVB:2010:BL9936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WW-uitkering wegens ontbreken gezagsverhouding met B.V.
Appellant had na het faillissement van zijn onderneming een nieuwe B.V. opgericht waarin hij als algemeen directeur stond geregistreerd en arbeidsovereenkomsten had gesloten. Het Uwv weigerde echter een WW-uitkering toe te kennen omdat appellant niet als werknemer in dienstbetrekking werkzaam was geweest, vanwege het ontbreken van een gezagsverhouding.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant gegrond en vernietigde het besluit van het Uwv, maar bij hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellant feitelijk niet onder gezag van de B.V. heeft gewerkt. Diverse verklaringen toonden aan dat appellant de leiding had en zelfstandig contracten afsloot zonder verantwoording aan de bestuurder van de B.V., waardoor geen sprake was van een dienstbetrekking.
De Raad oordeelde dat de subsidiaire grond voor weigering wegens benadelingshandeling niet hoefde te worden beoordeeld. Het hoger beroep van appellant werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Appellant heeft geen recht op WW-uitkering omdat geen gezagsverhouding met de B.V. bestond.