ECLI:NL:CRVB:2010:BM0077
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische urenbeperking
Appellante, die sinds medio 2000 wegens pijn- en vermoeidheidsklachten haar werk als verkoopster staakte, ontving aanvankelijk een WAO-uitkering van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Het UWV herbeoordeelde haar situatie en trok de uitkering per 16 juli 2007 in, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, stellende dat zij geschikt was voor bepaalde functies zonder medische urenbeperking.
In hoger beroep voerde appellante aan dat er wel degelijk sprake was van medische noodzaak voor een urenbeperking, onderbouwd met rapporten van een internist en haar behandelend reumatoloog. De Raad nam deze rapporten in overweging, maar vond geen aanwijzingen voor een medische urenbeperking. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat het gebrek aan conditie geen medisch substraat bood voor een urenbeperking.
De Raad verwierp ook het bezwaar dat de rechtbank de zaak niet had moeten aanhouden voor nadere medische informatie, omdat appellante voldoende gelegenheid had gehad om deze informatie aan te leveren en dit niet had gedaan. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de intrekking van de WAO-uitkering terecht was en dat appellante geschikt was voor de aan de schatting ten grondslag liggende functies.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende medische grondslag voor een urenbeperking.