ECLI:NL:CRVB:2010:BM1185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over nabetaling IOAW-uitkering en nadelige belastingeffecten
Appellanten ontvingen een uitkering op grond van de IOAW. Het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage trok deze uitkeringen per 1 januari 2006 in. Appellanten maakten bezwaar en beroep tegen deze besluiten en tegen terugvorderingen en boetes die het College oplegde wegens te veel betaalde uitkeringen.
Het College herzag later de besluiten en verklaarde de bezwaren gegrond, waardoor de uitkeringen alsnog werden verstrekt over de periode van 1 januari 2006 tot 2 augustus 2006. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit herzieningsbesluit van 5 november 2007 ongegrond, mede omdat zij de nabetaling en de nadelige belastingeffecten bij haar oordeel betrok.
De Centrale Raad oordeelt dat de rechtbank onjuist heeft gehandeld door de nabetaling in haar oordeel mee te nemen, terwijl het College hierover geen overwegingen in het besluit van 5 november 2007 had opgenomen. Dit valt buiten het resterende geschil. De Raad vernietigt daarom dit deel van de uitspraak en bepaalt dat de rechtbank zich van oordeel over het besluit van 5 november 2007 had moeten onthouden.
De Raad wijst erop dat het College een aparte beslissing moet nemen over de nabetaling, de belastingeffecten en de door appellanten gevorderde schadevergoeding. De Raad ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het deel van de uitspraak dat het beroep tegen het besluit van 5 november 2007 ongegrond verklaarde en bepaalt dat het College het betaalde griffierecht vergoedt.