[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 24 februari 2009, 08/1772 (hierna: de aangevallen uitspraak),
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 14 april 2010
Appellant stelde hoger beroep in.
De zitting vond plaats op 24 maart 2010. Appellant verscheen met de bijstand van mr. A.C.R. Molenaar, advocaat te Amstelveen. Namens het Uwv verscheen mr. R.M.H. Rokebrand.
1.1. Het inleidende beroep richt zich tegen het besluit van 24 september 2008 dat het Uwv ter uitvoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) nam. Met dat besluit handhaaft het Uwv ondanks het bezwaar van appellant zijn besluit van 20 mei 2008, waarbij hij appellant het recht op WIA-uitkering per 16 juni 2008 weigerde. De reden voor die weigering is dat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.
2. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
3.1. De Raad gaat in zijn beoordeling van de in de aangevallen uitspraak vastgestelde, en door partijen niet bestreden, feiten. Deze komen op het volgende neer.
3.2. Appellant werkte laatstelijk in een kippenslachterij. Hij ontving een werkloosheidsuitkering toen hij zich op 19 juni 2006 ziek meldde wegens rug- en schouderklachten.
3.3. Partijen zijn het er over eens dat appellant zijn werk in de kippenslachterij niet meer kan verrichten en ook de Raad gaat daar van uit.
3.4. De verzekeringsarts onderzocht appellant op zijn spreekuur. Hij stelde een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op, waarin hij ook rekening hield met een gekneusde of gebroken teen. Ook de bezwaarverzekeringsarts onderzocht appellant en deze arts beargumenteert dat de beperkingen in de FML (te) ruim bemeten zijn.
3.5. Aan de hand van de FML selecteerde de arbeidsdeskundige functies waarvan de belasting binnen de grenzen van de FML valt.
4. In hoger beroep herhaalt appellant als beroepsgrond dat zijn medische beperkingen in de FML zijn onderschat.
5.1. De Raad onderschrijft de aangevallen uitspraak.
5.2. Tegenover het inzichtelijk gemotiveerde, (bezwaar-) verzekeringsgeneeskundig oordeel heeft appellant geen medische informatie gesteld, anders dan een lijst met medicijnen, die hij thans gebruikt en bewijs van de afspraken die hij met het maatschappelijk werk en een psycholoog in 2010 heeft.
5.3. De bezwaararbeidsdeskundige heeft de geschiktheid van de functies voldoende toegelicht.
6. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak zal de Raad bevestigen.
7. Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
De Centrale Raad van Beroep,
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 14 april 2010.