ECLI:NL:CRVB:2010:BM1497
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigde toeslag door UWV na specificatie berekening
Appellante maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin een bedrag van €22.973,11 werd teruggevorderd wegens onverschuldigde toeslag over de periode van 1 december 2000 tot en met 28 februari 2007. De rechtbank had eerder geoordeeld dat de specificatie van het UWV onvoldoende inzicht gaf in de berekening van het terugvorderingsbedrag, waardoor het besluit werd vernietigd. Het UWV stelde vervolgens een nieuwe, meer gedetailleerde berekening op, die de rechtbank voldoende achtte.
In hoger beroep stelde appellante dat de berekening nog steeds onduidelijk was en uitte zij bezwaren over de betalingsregeling en het kwijtscheldingsbeleid van het UWV. Ook betoogde zij dat het terug te betalen bedrag verrekend had moeten worden met een uitkering aan haar echtgenoot. De Raad oordeelde dat alleen de hoogte van het terugvorderingsbedrag aan de orde was, niet de invordering of verrekening.
De Raad vond dat het UWV met de nieuwe berekening, waarin het bedrag per dag, de data, indexeringspercentages en het aantal betaaldagen per periode waren vermeld, voldoende duidelijkheid had gegeven. Appellante had geen concrete onjuistheden in de berekening aangevoerd. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Raad bevestigt het besluit van het UWV tot terugvordering van €22.973,11 en verklaart het hoger beroep ongegrond.