ECLI:NL:CRVB:2010:BM1501
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kracht bijstandsuitkering zonder bijzondere omstandigheden
Appellante, met de Irakese nationaliteit, vroeg bijstand aan na haar komst naar Nederland in maart 2006. Zij diende haar aanvraag in op 6 september 2006, waarna het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage bijstand toekende met ingang van die datum. Appellante stelde dat zij recht had op bijstand vanaf 24 april 2006 en maakte bezwaar tegen de ingangsdatum.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat geen bijzondere omstandigheden waren die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigden. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Volgens vaste rechtspraak wordt bijstand toegekend vanaf de dag van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen.
De Raad oordeelde dat de door appellante aangevoerde omstandigheden, zoals ondersteuning door haar ouders en het maken van schulden, onvoldoende waren om de ingangsdatum te vervroegen. Ook de met terugwerkende kracht verleende verblijfsvergunning vormde geen bijzondere omstandigheid. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsuitkering wordt toegekend met ingang van 6 september 2006 en niet met terugwerkende kracht.