ECLI:NL:CRVB:2010:BM1519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig leerling lasser/constructiewerker, kreeg een WIA-uitkering toegekend na een bedrijfsongeval met schouderklachten. Het UWV trok deze uitkering per 11 januari 2009 in omdat de mate van arbeidsongeschiktheid was gedaald tot minder dan 35%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zijn medische beperkingen en pijnklachten onvoldoende waren meegewogen.
De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige bevestigden het oordeel dat appellant geschikt is voor bepaalde functies binnen de grenzen van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De Raad concludeerde dat de medische onderbouwing inzichtelijk en consistent was en dat de subjectieve klachtenbeleving van appellant niet doorslaggevend kon zijn.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Zwolle-Lelystad. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De intrekking van de WIA-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WIA-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid is afgenomen tot minder dan 35%.