ECLI:NL:CRVB:2010:BM1562
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslaglegging WAO-uitkering door Belastingdienst en beperkte toetsing bestuursrechter
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om gedurende twee maanden de WAO-uitkering aan de Belastingdienst Haaglanden te betalen, overeenkomstig het door deze dienst gelegde beslag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het UWV en de bestuursrechter niet bevoegd zijn de geldigheid van het beslag of de hoogte van de beslagvrije voet te beoordelen, wat aan de burgerlijke rechter is voorbehouden.
In hoger beroep herhaalde appellant dat het UWV het beslag onjuist zou hebben uitgevoerd. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraak van de rechtbank en benadrukt dat de bestuursrechter zich moet beperken tot de vraag of het bestuursorgaan binnen het kader van het beslag is gebleven bij het nemen van de betalingsbeslissing.
De Raad wijst appellants stelling af dat het UWV had moeten aandringen op wijziging van de door de Belastingdienst vastgestelde belastingvrije voet, ondanks dat appellant een vaste woon- en verblijfplaats had. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV binnen het beslagkader is gebleven en wijst het hoger beroep af.