ECLI:NL:CRVB:2010:BM1563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering in te trekken op grond van een herbeoordeling waarbij werd vastgesteld dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek handhaafde het UWV dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat de medische beperkingen en de geschiktheid voor bepaalde functies juist waren vastgesteld.
In hoger beroep stelt appellante dat haar belastbaarheid is overschat, met name op het gebied van staan, en voert zij aan dat haar black-outs en energetische beperkingen een verdere beperking rechtvaardigen. De Raad overweegt echter dat deze stellingen niet zijn onderbouwd met voldoende medische gegevens. De rapportage van de bezwaarverzekeringsarts en de brief van de huisarts bieden geen aanleiding om de beperkingen uit te breiden of een urenbeperking toe te passen.
De Raad sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en bevestigt dat de functies waarop de beoordeling is gebaseerd medisch geschikt zijn voor appellante. Er is geen aanleiding om het bestreden besluit te vernietigen. De Raad ziet geen grond voor een proceskostenveroordeling en bevestigt de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.