ECLI:NL:CRVB:2010:BM2057
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere voorziening vergoeding verhuiskosten op grond van Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers
Appellant, een uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, verzocht verweerster om vergoeding van verhuiskosten die hij in 2007 maakte. Deze aanvraag werd afgewezen omdat deze niet tijdig was ingediend en er geen bijzondere omstandigheden waren om hiervan af te wijken.
Appellant voerde aan dat hij pas later door een publicatie op de mogelijkheid van vergoeding werd gewezen, maar de Raad oordeelde dat onbekendheid met de wet geen reden is voor terugwerkende toekenning. De aanvraag was bovendien te onbepaald geformuleerd om als aanvraag te worden aangemerkt.
De Raad bevestigde dat de wetgever een strikte koppeling tussen aanvraagdatum en ingangsdatum van voorzieningen heeft beoogd en dat verweerster terecht vasthoudt aan de hoofdregel dat aanvragen na de maand van kostenafloop worden afgewezen. De zorgplicht van verweerster strekt niet zover dat zij uitkeringsgerechtigden actief moet wijzen op alle mogelijkheden binnen de wet.
Het beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijzondere voorziening voor verhuiskosten blijft in stand.