ECLI:NL:CRVB:2010:BM2059
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over heropening WAO-uitkering wegens maximering maatmanarbeid
Appellant ontving sinds 1999 een WAO-uitkering die in 2005 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%, berekend met een maximering van maatmanarbeid op 38 uur per week. De Raad oordeelde in 2007 dat deze maximering onverbindend was omdat deze afweek van het feitelijke verlies aan verdienvermogen zoals voorgeschreven in artikel 18 WAO Pro.
Naar aanleiding hiervan heropende het UWV in 2008 de uitkering per 2 maart 2007, maar paste daarbij een gewijzigde regeling toe die de maximering terug liet komen tot die datum. Appellant maakte bezwaar tegen deze beperkte terugwerkende kracht, maar dit werd door de rechtbank afgewezen omdat het eerdere intrekkingsbesluit onherroepelijk was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV bevoegd is besluiten ambtshalve te heroverwegen, maar dat de toetsing aan de oorspronkelijke maatstaven beperkt is tot nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden. De Raad stelt dat de maximering van maatmanarbeid in het gewijzigde Schattingsbesluit strijdig is met artikel 18 WAO Pro en dat het besluit van 19 mei 2008 daarom vernietigd moet worden. Het UWV wordt opgedragen het bezwaar opnieuw te behandelen en wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van 19 mei 2008 wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen het bezwaar opnieuw te behandelen.