ECLI:NL:CRVB:2010:BM2264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging overgang van onderneming en eigenrisicodragerschap voor WAO-uitkering na faillissement
De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam over de toerekening van een WAO-uitkering. Het Uwv had besloten dat appellante als eigenrisicodrager vanaf 1 juli 2004 de WAO-uitkering van een werknemer van de failliete rechtsvoorganger moet betalen. Appellante betwistte de overgang van onderneming en stelde niet verantwoordelijk te zijn voor de uitkering.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van overgang van onderneming, mede op basis van een overnameovereenkomst en feitelijke omstandigheden zoals het voortzetten van activiteiten en het overnemen van handelsnaamrechten. De Raad onderschrijft dat een kennelijke verschrijving in het toerekeningsbesluit niet tot ongeldig besluit leidt en dat fouten in de bezwaarprocedure kunnen worden hersteld.
De Raad bevestigt dat overgang van onderneming ook kan plaatsvinden bij voortzetting in afgeslankte vorm en dat het niet overnemen van alle werknemers of handelsnaam geen doorslaggevende rol speelt. De Raad wijst verder op eerdere jurisprudentie en bevestigt dat appellante als verkrijgende werkgever het risico van de WAO-uitkering draagt. De aangevallen uitspraak wordt met verbetering van gronden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante als eigenrisicodrager verantwoordelijk is voor de WAO-uitkering wegens overgang van onderneming.