ECLI:NL:CRVB:2010:BM2355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk na wachttijd
Appellant, lijdend aan Multiple Sclerose, vroeg om een WAO-uitkering met terugwerkende kracht vanaf 1999. Het UWV had dit afgewezen omdat appellant na afloop van de wachttijd van 52 weken geschikt werd geacht voor zijn maatgevende arbeid als senior sales representative.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de medische beperkingen zorgvuldig had vastgesteld en dat appellant ondanks de progressieve aard van MS per einde wachttijd in staat was zijn werk volledig te verrichten. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst de door appellant ingebrachte medische rapporten niet afdoende om verdere beperkingen aan te nemen.
Hoewel appellant betoogde dat het UWV onterecht aannam dat de wachttijd was vervuld en dat de beoordeling van arbeidsongeschiktheid na deze periode arbitrair was, stelt de Raad dat het UWV terecht zelfstandig beoordeelde of appellant na de wachttijd nog arbeidsongeschikt was. De Raad bevestigt dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WAO-uitkering bevestigd.