ECLI:NL:CRVB:2010:BM2441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging ingangsdatum nabestaandenuitkering op grond van ANW
Appellante, woonachtig in Brazilië, vroeg na het overlijden van haar echtgenoot een nabestaandenuitkering aan op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW). De aanvraag werd aanvankelijk afgewezen omdat haar echtgenoot niet verzekerd was op het moment van overlijden. Na een hernieuwde aanvraag en een verdrag tussen Nederland en Brazilië werd haar uitkering met ingang van 1 mei 2002 toegekend.
Appellante verzocht later om wijziging van de ingangsdatum van haar uitkering naar 9 februari 2002, wat door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd afgewezen op grond van de Wet Beperking export uitkeringen (Wet Beu) en het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep verklaarden het bezwaar en beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat het besluit van 19 november 2002 niet onherroepelijk was en dat het verdrag met Brazilië niet volledig was toegepast. De Raad oordeelde echter dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd en dat het beleid van de Svb om terug te komen op onherroepelijke besluiten slechts geldt bij onmiskenbare onjuistheid, die hier niet aanwezig was.
De Raad bevestigde daarmee het eerdere oordeel en wees het hoger beroep af. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek tot wijziging van de ingangsdatum van de nabestaandenuitkering wordt afgewezen en de ingangsdatum blijft 1 mei 2002.