ECLI:NL:CRVB:2010:BM2703
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering WAZ ondanks geschil over functionele beperkingen
Appellant, voormalig zelfstandig fysiotherapeut, kreeg een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid na psychische klachten. Het UWV herbeoordeelde in 2006 zijn uitkering en stelde het arbeidsongeschiktheidspercentage bij naar 35-45%, later herzien naar 55-65% met ingang van januari 2007. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat zijn functionele beperkingen, met name op het gebied van hand- en vingergebruik, onvoldoende waren meegewogen en dat een urenbeperking had moeten worden toegepast.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte geen aanvullende informatie bij zijn behandelend psycholoog had ingewonnen en dat de functies die hem werden toegerekend ongeschikt waren. De Raad overwoog dat de medische rapporten en arbeidskundige toelichtingen voldoende waren, dat er geen ernstige psychopathologie meer was op de relevante data, en dat de functies medisch en arbeidskundig passend waren, ook met betrekking tot hand- en vingergebruik.
De Raad concludeerde dat de functies, waaronder controleur/tester elektronische apparatuur, samensteller metaalwaren en productiemedewerker textiel, geschikt waren, waarbij de belasting van de handen binnen de grenzen van appellant's belastbaarheid lag. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAZ-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65%.