ECLI:NL:CRVB:2010:BM2736
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende motivatie
Appellante, voorheen administratief medewerkster, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding met psychische klachten en andere aandoeningen. Het UWV stelde vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg en wees de uitkering af. Appellante maakte bezwaar en bracht medische stukken in, waarop het UWV reageerde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat onvoldoende rekening was gehouden met haar COPD en allergieën, en verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige. Het UWV erkende dat het bestreden besluit niet deugdelijk was gemotiveerd en handhaafde het besluit op basis van een aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Raad oordeelde dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en vernietigde het. Tegelijkertijd vond de Raad geen aanleiding om het standpunt van het UWV over de arbeidsbeperkingen onjuist te achten en zag geen noodzaak tot benoeming van een deskundige. De rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.