ECLI:NL:CRVB:2010:BM2739
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante kreeg een WAO-uitkering toegekend, laatstelijk berekend op een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Het UWV trok deze uitkering per 26 september 2007 in, omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bleek te zijn na medisch en arbeidskundig onderzoek.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat de onderzoeken onvoldoende zorgvuldig waren, haar beperkingen werden onderschat en de belastbaarheid in de passende functies werd overschat. Zij overlegde diverse medische stukken, waaronder een rapport van psychiater Van Loon die een urenbeperking van maximaal 3 uur per dag adviseerde.
De Raad oordeelt dat het medische onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen van appellante, waaronder psychische spankracht en stresshantering, adequaat zijn meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst. De urenbeperking uit het psychiatrisch rapport wordt onvoldoende onderbouwd met objectieve gegevens.
Arbeidskundig is vastgesteld dat de functie wikkelaar niet langer wordt meegenomen, maar de functies productiemedewerker industrie, sorteerder en magazijnbediende wel. Dit leidt niet tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De Raad concludeert dat appellante geschikt is voor deze functies en bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering per 25 september 2007.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 27 november 2008 wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 25 september 2007 wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.