ECLI:NL:CRVB:2010:BM2744
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- H. Bolt
- T. Hoogenboom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking en verlaging WAO-uitkering na medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante was sinds 1996 arbeidsongeschikt en ontving een WAO-uitkering van 80 tot 100%. Na medisch en arbeidskundig onderzoek trok het UWV de uitkering per 22 januari 2008 in. Appellante maakte bezwaar en het UWV handhaafde aanvankelijk het besluit, maar stelde later de uitkering per 15 juni 2008 alsnog stop.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. De Centrale Raad van Beroep vernietigde het besluit van 24 april 2008 en verklaarde het beroep daarop gegrond. Het latere besluit van 9 februari 2009, waarin het UWV de uitkering verlaagde naar 15-25%, werd echter als gegrond beoordeeld.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door een bezwaarverzekeringsarts die het dossier bestudeerde, appellante onderzocht en aanvullende medische informatie beoordeelde. De beperkingen die werden vastgesteld werden als voldoende onderbouwd beschouwd. Ook achtte de Raad de functies die appellante geacht werd te kunnen verrichten passend, ondanks haar beperkingen.
De stelling dat de verlaging van de WAO-uitkering in strijd zou zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens werd onvoldoende onderbouwd en bleef onbesproken. De Raad wees het beroep tegen het besluit van 9 februari 2009 af en bepaalde dat het betaalde griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 24 april 2008 wordt gegrond verklaard en dat tegen het besluit van 9 februari 2009 ongegrond.