ECLI:NL:CRVB:2010:BM2886
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen indicatiebesluiten Bureau Jeugdzorg
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen indicatiebesluiten van Bureau Jeugdzorg die betrekking hebben op de uithuisplaatsing van hun minderjarige dochters. De kinderrechter had eerder de voorlopige voogdij aan Bureau Jeugdzorg toegekend en de dochters uit huis geplaatst. Verzoekers wilden via een voorlopige voorziening de indicatiebesluiten aanvechten om de uithuisplaatsing ongedaan te maken.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de beoordeling van de vraag of de bijlage bij artikel 8:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een leemte bevat, niet binnen de voorlopige voorzieningenprocedure valt. Daarnaast is vastgesteld dat indicatiebesluiten inzake cliënten onder voorlopig toezicht niet op die bijlage zijn geplaatst, zodat bezwaar en beroep mogelijk zijn. Echter, het primaire geschil over het gezag en verblijfplaats van de dochters is voorbehouden aan de kinderrechter.
Hoewel Bureau Jeugdzorg heeft erkend dat de anonieme melding niet langer als grondslag mag dienen, verandert dit niets aan de rechtmatigheid van de uithuisplaatsing. De indicatiebesluiten zijn ambtshalve genomen en gebaseerd op een rapportage van de Raad voor de Kinderbescherming die niet rechtstreeks verwijst naar de anonieme melding. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
De uitspraak bevestigt dat de voorlopige voogdij en uithuisplaatsing niet via bestuursrechtelijke procedures kunnen worden aangevochten, maar uitsluitend via de civiele kinderrechter. Verzoekers kunnen hun geschil over gezag en verblijfplaats alleen via die weg oplossen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de indicatiebesluiten wordt afgewezen omdat het gezag en verblijfplaats van de kinderen aan de kinderrechter zijn voorbehouden.