ECLI:NL:CRVB:2010:BM2949
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor proceskosten wegens schuld aan werkgever
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor de proceskosten van €820 die hij moest vergoeden aan zijn werkgever na een loonvorderingsprocedure. Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag af omdat het hier ging om een schuld aan een derde, waarvoor bijzondere bijstand op grond van artikel 13, eerste lid, aanhef en onder f, van de WWB niet wordt verleend.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd door het College ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het College dat de proceskosten een schuld aan de werkgever zijn en dat appellant geen zeer dringende redenen heeft aangevoerd die bijzondere bijstand rechtvaardigen. Daarom is de afwijzing van de bijzondere bijstand terecht en wordt het hoger beroep verworpen.
De Raad ziet geen aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten van het hoger beroep. De uitspraak bevestigt daarmee het eerdere besluit van het College.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor proceskosten wordt bevestigd.