ECLI:NL:CRVB:2010:BM3440
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- H.J. de Mooij
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Wajong-uitkering wegens verblijf in het buitenland niet onbillijk
Appellant, een jonggehandicapte met een Wajong-uitkering, verzocht om behoud van zijn uitkering bij verhuizing naar Aruba. Het UWV beëindigde de uitkering omdat de Wajong-uitkering niet geëxporteerd mag worden naar het buitenland. De rechtbank oordeelde dat dit terecht was en dat geen sprake was van schending van mensenrechten of discriminatie.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat de hardheidsclausule slechts in uitzonderlijke gevallen van toepassing is en dat appellant niet voldeed aan de criteria voor onbillijkheid van overwegende aard. De Raad stelde vast dat appellant niet afhankelijk is van verzorging door zijn partner en dat het verbeteren van zijn welbevinden onvoldoende is.
Verder oordeelde de Raad dat er geen ongerechtvaardigde ongelijke behandeling is tussen Wajong-uitkeringsgerechtigden en personen met WAO/WIA/WAZ-uitkeringen, aangezien deze laatste op premiebetaling zijn gebaseerd. De woonplaatseis is gerechtvaardigd en het middel van niet-exporteerbaarheid passend en noodzakelijk.
De Raad verwijst naar jurisprudentie van het Hof van Justitie EG die bevestigt dat de woonplaatseis in de Wajong mag worden gesteld. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Wajong-uitkering wegens verhuizing naar Aruba zonder toepassing van de hardheidsclausule.